Archive for the 'Traffic' Category

Tas inpakken

Thursday, August 10th, 2017

Op het internet verschijnen foto’s van de opbouw van het Lowlands-terrein. Sinds mensenheugenis is dat mijn weekendeje minivakantie in augustus. In deze hele eeuw heb ik nog geen jaar overgeslagen.
Tot nu; ik ben mijn tas aan het inpakken, niet voor dit jaarlijkse kampeerweekendje, maar juist om een heel andere kant op te gaan. Florida, in plaats van Flevoland.
Hoe graag ik ook,ook dit jaar, een tentje had willen bouwen op die blubberige poldergrond, er zijn dingen die ik nog veel minder graag wil missen dan dat festival, en als beide gebeurtenissen voor hetzelfde weekend zijn gepland, dan moet je keuzes maken.

Share

Postzegelperikelen

Tuesday, December 23rd, 2014

Soms heb je van die dagen, en vandaag is het er eentje. Mijn kerstkaarten voor dit jaar had ik al eind oktober in huis, maar om de een of andere reden is het er tot nu toe nog niet van gekomen ze ook nog allemaal te versturen. Sterker nog; ik had zelfs nog geen decemberpostzegels gekocht, al waren deze al sinds 18 november te koop en geldig. Vandaag moest het er dan eindelijk toch maar van komen. De eerste etappe verliep soepeltjes; ondanks een wat korte nachtrust kon ik erg goed uit bed komen, en kon ik me vol inspiratie op de kaartenmaffia storten. Elk adres handgeschreven, en voor iedere ontvanger een misschien wat generieke, maar wel gemeende, persoonlijke boodschap. Daarna volgde het struikelblok van het versturen – want natuurlijk had ik even geen postzegels bij de hand. Een mooi klusje voor de middag. Na het verorberen van een paar bruine broodjes kaas met schijfjes komkommer toog ik naar de lokale buurtsuper, en kreeg ik mijn eerste teleurstelling van de dag te verwerken.

Helaas bleek de supermarkt na de ochtendopenstelling gesloten tot half twee, en twintig minuten wachten op een velletje postzegels, da’s natuurlijk raar. Gelukkig stonden er meer klusjes op mijn lijstje. Geld pinnen, en tegelijk het nog resterende chipknipsaldo terugstorten op mijn bankrekening, bijvoorbeeld. De Rabo zit op de hoek van de straat, dus hop… Het leeghalen van mijn chipknip lukte – dankzij een behulpzame sticker die vermeldt dat je daarvoor keuze “1” moet maken. Het display verzwijgt dat – die geeft nog vrolijk alleen de keus saldo te checken of zelfs nog extra saldo op de chip te zetten. Saldo waar je echt nérgens meer mee kunt betalen. Terwijl ik mijn chipknip leegplunderde probeerde vlak naast me een monteur van een reclameverlichtingsbedrijf een nieuwe klok aan de gevel te bevestigen. Terwijl hij moeilijk stond te doen op een laddertje gebeurde het onvermijdelijke. De klok donderde naar beneden, en viel zo’n anderhalve meter naast me uit elkaar. Niemand raakte gewond – op de klok zelf na dan.
Direct naast de chipknipautomaat bevindt zich ook een geldautomaat, maar die vindt mij kennelijk niet lief. Ik probeerde wat ik kon, maar mijn poging geld te pinnen leken wel een gênante mislukte huwelijksnacht. Hoe goed ik ook mijn best deed, ik kreeg ‘m er niet in. Niet leuk, maar er zijn gelukkig meer geldautomaten in de buurt. Als deze niet wil slikken, ga ik wel naar ‘n ander.

Het was nog steeds geen half twee, dus het leek me een goed ook het scoren van een velletje postzegels elders te doen. Een dorp verderop wonen tenminste ook mensen. Sommigen zelfs van wereldfaam; Guus Hiddink is er tenslotte geboren, en die is beroemd in Korea, Australië en Rusland. In Nederland oogst hij vooral kritiek, maar dat ligt meer aan onze nationale volksaard dan aan zijn verdiensten. Een Nederlander die niet zeikt is ziek.

Helaas lukte het me ook niet postzegeltjes te kopen in Varsseveld, maar aldaar ontvouwde zich wel een nieuw plan. Ik had nog een stuk of wat poststukken die ik uit kostenoverwegingen niet met PostNL wou versturen, maar met Deutsche Post. Als ik dan toch naar Elten moet om die op de bus te gooien, kan ik natuurlijk ook eventjes naar Beek. Daar zit een postagentschap. Of eigenlijk wel meer dan dat. Het is een kruising tussen een sigarenboer, tijdschriftenwinkel, drogist en postkantoor. Donders. Daarnaast weet ik deze winkel wél te vinden, en da’s ook een voordeel als je je net rot hebt lopen zoeken.
In Beek aangekomen had men helaas nogal slecht nieuws voor mij; dit postagentschap was door z’n voorraad postzegels heen, en zou pas later die dag weer bevoorraad worden. Het advies? Ga naar de Primera in Didam. Mwah. Vlakbij, dus waarom niet.

Het verhaal wordt voorspelbaar. Het lijkt wel of iedereen op de valreep nog kaartjes op de bus wil doen. Bij de volgende stop, Zevenaar, bekruipt me bij het passeren van de voormalige sigarettenfabriek niet alleen het gevoel dat het zo jammer is dat de voormalige Peter Stuyvesant Collectie wreed werd verscheurd, en het eeuwig zonde is dat dit industriële monument niet is herbestemd tot kunstmuseum en veilig huis voor een collectie van wereldklasse. Ook komt het besef dat het makkelijker en sneller was geweest bij iedereen persoonlijk het kaartje in de brievenbus te gooien. Na veertig autokilometers heb ik tenslotte nog steeds niet wat ik de afgelopen maand gewoon op loopafstand van m’n huis aan had kunnen schaffen – of zelfs eenvoudigweg op internet had kunnen bestellen.

Er volgden meer omzwervingen, via smalle dijkweggetjes naar pittoreske plaatsjes als Pannerden en Aerdt naar Babberich, waar ik enthousiast de lokale Coop binnenren. Ten onrechte, want de Babberichse Coop verkoopt alleen postzegels voor het volle, normale tarief.
Het was alweer een tijdje geleden dat ik was gestopt met zachtjes binnensmonds mopperen. Foeterend toerde ik verder door het prachtig groene landschap. De grens over, ditmaal, om het stapeltje kaarten dat is voorzien van Duitse postzegels in Elten in zo’n mooie gele brievenbus te prakken. Ik zou meteen boodschappen kunnen doen bij een van de ultragoedkope Duitse discountsupermarkten, maar heb geen zin.
Ook aan deze kant van de grens moet ik eigenlijk nog wat postzegels kopen. Met het verhogen van de Duitse posttarieven in het vooruitzicht heb ik bijplakzegels van 5 cent nodig. De tijd dat je voor drie kwartjes een brief naar de andere kant van de wereld kunt sturen is bijna voorbij. Per januari kost het een whopping 80 cent om een poststukje lichter dan 20 gram op elk gewenst adres ter wereld te laten bezorgen.

Het aanschaffen van Duitse bijplakpostzegeltjes stelde ik echter nog eventjes uit. Een vluchtige blik door de etalageruit van de elektronicazaak waar het Eltense postagentschap is gevestigd leerde me dat het te druk was aan te sluiten in de rij. M’n humeur zou dat niet aankunnen. Ook de beide goedkope tankstations onderweg terug naar Nederland reed ik voorbij. Te druk.
Terug in Nederland bleek maar weer eens dat, mocht karma bestaan, het een ziekelijk gemene vorm van humor heeft. Nét terug op Nederlands grondgebied klonk een hoge schelle ping, en begon het onderste blokje van de brandstofmeter enthousiast te knipperen. Er zit heel weinig anders op dan alsnog achterin de autopolonaise aan te sluiten om wat aardoliesap in de brandstoftank te drukken. Dus, in plaats van linksaf richting de oprit naar de snelweg richting Doetinchem zat er weinig anders op dan aan het einde van de Oud Arnhemseweg réchtsaf te slaan. Langs truckersrestaurant De Barrière, weer terug naar Beek – en bij de rotonde rechtsaf, weer langs de drogist cq sigarenboer annex postkantoor, richting Elten. Inmiddels wist ik dat het de beide Eltense benzinepompen aan weerszijden van de snelweg onbeschrijflijk druk was, dus werd mijn volgende bestemming Emmerich – want ook daar kan getankt worden.

Na deze zoveelste omzwerving besluit ik dan ook maar eens mijn geluk te beproeven bij het Primera-filiaal van ‘s Heerenberg. Aan de balie kwam ik pijnlijk tot de ontdekking dat ik ondertussen al een beetje schor was van het achter ‘t stuur foeteren en schelden. Het was zo’n dag waarop dingen anders verlopen dan gepland, en bovendien schakelde de radio continu over op de lokale piraat – kennelijk omdat de EON denkt dat André Hazes de verkeersinformatie voorleest.

Hierna droop ik af. Er volgde nog een laatste verwoede poging in Terborg, maar daarna vond ik het een mooi moment de strijd definitief op te geven. Ik was met de lunch aan mijn queeste begonnen, en inmiddels was het alweer schemer. Om het cirkeltje rond te maken, stop ik als laatste bij de supermarkt in Halle. Daar, waar ik mijn urenlange rondrit begon, voor een dichte deur, ten gevolge van hun middagsluiting. Alsof de duvel ermee speelt slaag ik hier. Ik kan hier mijn velletjes postzegels kopen, en krijg er ook nog eens een mooi kookboekje bij. Alles valt ineens op zijn plaats. De uren die verspild waren aan het, letterlijk, aflopen van stad en land zijn geen verspilde tijd meer. In plaats van een verloren dag waarin niets ging zoals gepland laat alles zich nu relativeren, en met een milde dosis zelfspot is het zelfs een mooie basis voor een sterk verhaal. Dit verhaal.

Share

Johor Bahru

Thursday, November 29th, 2012

Bliss Boutique probeert een soort designhotel te zijn; de buitenkant van het pand is geverfd neutraal zwart, met een soort friskleurige eivormen rondom de ramen geschilderd. De kamers zijn okee, al vind ik het papiertje die waarschuwt dat je niet moet gaan zitten op het schap dat als nachttafeltje dienstdoet wat ontsierend. Het is bekend dat mensen overal op gaan zitten, liggen, staan of kruipen, en het enige dat echt helpt is zorgen dat ieder gebruiksvoorwerp stevig genoeg is iemand te kunnen dragen.
Johor Bahru is geen stad waar toeristen komen. Het is veel meer een werkstad, en de belangrijkste tak van industrie is; Singapore. Alles is hier veel goedkoper, dus bedrijven uit Singapore bouwen hun fabrieken hier, en particulieren doen hier inkopen.
Gelukkig vind ik op Wikitravel een mooi overzicht van de lokale bezienswaardigheden. Nuttig, want Johor Bahru is een erg uitgestrekte stad zonder een echt centrum. Een centraal plein zul je tevergeefs zoeken. City Square is geen plein, maar een winkelcentrum. Winkelcentra te over, hier – en dat is handig, want een winkelcentrum betekent een bushalte, en ze zijn makkelijk te vinden :)
De dag begint dus met een wandelingetje naar het dichtstbijzijnde winkelcentrum; KSL. Natuurlijk loop ik even langs de winkels. Niets leert je meer over een land of gebied als een snuffeltochtje langs de middenstand. Wat me hier opvalt? Een voorliefde voor Koreaanse popmuziek en Japanse films.

Op op op op.. oppa gangnam style

De bus brengt me naar JB Sentral, het bus- en treinstation dat grenst aan het Sultan Iskandar Complex. Het meest centrale punt van de stad. Hier direct naast vind je ook het al eerder genoemde City Square, dat, ondanks de naam, het tegenovergestelde is van een stadsplein. Het is een gebouw van 36 verdiepingen, met winkels, hotels, een bioscoop, kantoren, apartementen en heel veel horeca. Je vindt hier alles, behalve een plein. Tenzij je de open ruimte op de benedenverdieping zo wilt noemen. Vanaf de winkelgalerijen kijk je uit over een levensgroot pastelkleurig gemberkoekhuisje, voorzien van de tekst “A Very Gingerbread Christmas” en ronddraaiende gemberkoekmannetjes.
Dan een wat vreemde fastfoodformule; Kenny Rogers blijkt hier niet bekend als zanger van een tenenkrommend fout duet met Dolly Parton, maar als naamgever van een grillrestaurant. Een franchiseformule die jammerlijk flopte in de Verenigde Staten, maar succesvol blijkt in Zuidoost-Azië.
Buiten vind je nog het oude station. Voor de rest is er ontzettend veel weggesloopt om het Sultan Iskander Complex te kunnen bouwen. Dat complex is een soort knooppunt dat toegang geeft tot de dam door de Straat Johore die als een soort navelstreng het Maleisische vasteland en Singapore verbindt. Alle verkeersstromen komen er samen. Hiervandaan zou je per taxi, bus of trein de oversteek naar Singapore kunnen maken, maar je kunt ook ergens anders naartoe. In mijn geval gaat de taxirit naar de Sultan Abu Bakar-moskee – een statig, hagelwit gebouw in een exotische cocktail van bouwstijlen, bovenop een heuvel met uitzicht over de Straat Johore en de skyline van Singapore. De moeite van een stop waard.
Hier direct naast bevindt zich de dierentuin. De oudste dierentuin van Zuidoost-Azië, en helaas ziet het er ook zo uit. Tuinvijvers met krokodillen, betonnen hokken met leeuwen, en allerhande beestjes in draadgazen kooien met een dak van asbest golfplaten. Dat laatste blijkt voor de dieren geen overbodige luxe, want regenen wil het hier best. Hozen is meer het woord. Voor een half uurtje is dat prima; een mooie aanleiding om een bordje miehoen met spiegelei te eten, maar daarna gaat het toch wel vervelen. Gelukkig verkopen ze hier ook paraplu’s.

Teruggaan naar JB Sentral blijkt lastig. Nu en dan rijdt er een bus voorbij, maar daar heb je weinig aan als in geen velden of wegen een halte te vinden is – en als je er al een zou vinden, is de straat eigenlijk te druk om veilig over te kunnen steken. Het voelt al niet prettig erlangs te lopen. Er is geen stoep, maar er zijn wel diepe regenplassen. Langs een drukke autoweg is dat een recipe for disaster.
Uiteindelijk lukt het toch een bushalte te vinden, juist door in de tegengestelde richting te lopen van de plek waar we eigenlijk naartoe willen – en een stief kwartiertje later stappen we weer centraal uit, een goeie twee straten van het Sultan Iskandar Complex verwijderd. Hiervandaan gaan we te voet naar de Hindoetempel Sri Raja Mariamman en het Bangunan Sultan Ibrahim – helaas te laat op de dag om deze gebouwen ook daadwerkelijk te bezoeken, maar zo in het schemerlicht heeft de architectuur iets heel prookjesachtigs.
Ook de naastgelegen Indische wijk heeft wel wat in de schemer. Ik besef ineens dat ik wel heel erg veel meer heb betaald door mijn CD’s met hedendaagse Tamilmuziek in Little India te kopen, en niet hier… anderen weten het ook. Een Indisch stel laadt de kofferbak van hun auto vol kruidenierswaren. Bijna elke week doen ze hier inkopen, en naar het schijnt is de grensovergang helemaal niet zo vervelend als je de beschikking hebt over een auto. Toch zie ik er nog steeds tegenop straks terug te moeten naar Singapore.

Share

SIN-KUL

Friday, November 23rd, 2012

Na een nacht op een heel klein maar knus kamertje in Chinatown is het tijd voor de volgende etappe. Ik pak mijn tassen anders in zodat ik alleen maar handbagage mee hoef te nemen. De beregrote rolkoffer die ik bij Global Brands in Cairns heb gekocht mag ik voor een paar dollar achterlaten in de bergruimte van 5Footway.Inn. Scheelt een boel gezeul.
Daarna ga ik met de metro terug naar het viegveld, vanwaar een Airbus A320 van AirAsia me naar Kuala Lumpur zal brengen. Een wel heel kort vluchtje van nog geen 300 kilometer. Toch stap je daar uit in een compleet andere wereld. Dat komt ook omdat Air Asia niet aanmeert op het hypermoderne KLIA, maar stopt op het asfalt nabij de LCCT; de Low Cost Carrier Terminal – en het ziet er ook daadwerkelijk zo goedkoop uit als de naam doet vermoeden.
Zodra je de vliegtuigtrap afkomt loop je onder een afdakje van golfplaten met de stroom mensen mee richting terminal. Bij de zebrapaden is het flink oppassen voor de voorbijrazende karretjes met bagage en de vliegtuigen die op maar enkele meters afstand met luid gierende turbines langsrijden. Ik ben wel eens op rustiger plaatsen geweest. Mocht er nog twijfel zijn; de drukte en de winkeltjes binnenin de terminal maken het echt overduidelijk… dit is Azië :)
Na wat gezoek en gevraag lukt het een buskaartje te kopen, én de bijbehorende bus te vinden, die naar het centrum van Kuala Lumpur gaat. Fijn.
Vanaf het centraal station is het een paar minuten lopen naar de monorail. Hiervoor gebruiken ze hier ook een soort OV-Chipkaart, maar in tegenstelling tot Nederland kun je gewoon met het OV als je geen pasje hebt. Je koopt gewoon bij de automaat een plastic fiche waarin een RFID-chip verstop zit die het poortje naar het perron opent. Aangekomen op het eindstation gooi je dit plastic muntje in een gleuf. Het poortje opent, en je staat weer vrolijk buiten op je eindstation. Nu, in mijn geval; Bukit Bintang. Meteen op de hoek van de straat bevindt zich mijn slaapplaats, Paradiso Bed & Breakfast. Weltrusten.

Share

Aju Cairns

Thursday, November 22nd, 2012

Als altijd wordt een laatste dag voorafgegaan door een laatste avond, en is erg geslaagd. Het kan haast geen verrassing zijn dat de avond begint in wat misschien wel de minst Ierse Ierse kroeg ter wereld genoemd mag worden. PJ O’Brien’s. Hier tref ik ook de groep mensen waarmee ik eerder al naar het Indiase restaurant ben geweest, en me hadden aangeraden Reef Teach te bezoeken. Ze zijn net terug van hun meerdaagse duikcursus, en dat word ritueel afgesloten met een borrel.
Tegen sluitingstijd gaat deze groep verder naar Gilligan’s; een gruwelijk groot backpackershostel, compleet met discotheek. Voordat ik de groep daarheen volg moet ik eerst nog even ajuus zeggen tegen de meisjes die hier de afgelopen tijd zo goed voor me hebben gezorgd. De barvrouwen van PJ’s verdienen een standbeeld. Later, bij Gilligan’s, sluit ik me weer bij de groep aan – al duurt dat niet zo gek lang.. het is al laat, en voor morgen staat er ook nog het een en ander gepland.

De auto is er nog; hij is gehuurd voor een hele dag, en hoeft dus pas tegen de middag terug. Hij staat veilig achter het hek geparkeerd bij het hostel waar Bart verblijft, een paar straten verderop. In de ochtend, na het inpakken van mijn tassen, loop ik daarheen. De tassen gaan in de kofferbak, en ik rij zelf naar het vliegveld. Een win-win-situatie – Bart kan zijn vandaag arriverende kennis zelf van het vliegveld ophalen, en het scheet ons allemaal gesjouw met tassen en busritten. Na mijn recente ervaring met Sun Palm is zéker dat laatste een pré.

Het eerste stukje van de terugvlucht zit er zo op. Twee uur en drie kwartier. Een kort huppeltje van Cairns naar Darwin. Op enig moment heb ik zelfs overwogen dit deel van de vlucht te annuleren en per bus of trein van Cairns naar Darwin te gaan. Daar is het nu mooi te laat voor; ik ben er tenslotte al, en wacht op de aansluitende vlucht naar Singapore, terwijl ik wat van de vele resterende megabytes uit de databundel van mijn Australische mobiele abonnement verstook. In Australië is alles vre-se-lijk duur… Alles, behalve mobiel bellen.
Halverwege de vlucht naar Singapore krijg ik best wel een beetje trek, dus ik begin de snackkaart te bestuderen, maar nog voordat ik een keus heb gemaakt krijg ik ineens een heerlijk geurend aluminium bakje voorgezet. Ik ben wat verbaasd als er ineens lekker te eten krijg, want ik kan me niet herinneren een maaltijd bijgeboekt te hebben, en low-costmaatschappijen geven niks voor niks. Toch lijkt het te kloppen. Mijn naam en stoelnummer staan echt op de lijst. Yay! Misschien omdat ik op verzoek van Jetstar (gratis) heb omgeboekt naar een andere, eerdere vlucht dan ik in eerste instantie had geboekt? Ik wil er niet te lang over nadenken. Lekker warm eten en een glas fris. Heerlijk :)
In de avond kom ik aan in Singapore. Het hostel dat ik heb geboekt, 5Footway.Inn, is echt ideaal gelegen; nog geen 5 minuten lopen vanaf het metrostation Chinatown, aan misschien wel de leukste, levendigste straat van de stad. Pagoda Street. Helaas is het maar voor één nachtje.

Ondanks het ontbijt op het vliegveld van Cairns en de late lunch in het internationale luchtruim lust ik best nog wel wat. Gelukkig is de overdekte markt aan de andere kant van het metrostation rijk aan eetkraampjes. Helaas zonder beschrijving in het Engels, dus ik kijk naar de plaatjes, en bestel iets dat er lekker uitziet. Minder speciaal als die Chinese kleipotmaaltijd in dat leuke restaurantje, een paar straatjes verderop, maar evenzogoed erg lekker.

Share

Nachtdienst

Tuesday, March 6th, 2012

De hele nacht opblijven om te werken is niet zo’n punt.
Op de terugweg naar huis in de berm een band verwisselen wel.

Share

Ook nuttig in huur-, lease- en bedrijfsvoertuigen…

Monday, October 24th, 2011

Share

Guus Meeuwis, TomTom en Moulin Rouge

Monday, June 20th, 2011

Graag had ik hier een heel uitgebreid verslagje geschreven van de mooie musical Moulin Rouge, die dit weekend is opgevoerd in het eveneens mooie Parktheater in Eindhoven.
Echter, ik durf het niet aan. Ik heb absoluut genoten van de voorstelling, en van de nazit in de foyer, waar ik in gesprek kwam met iemand die bij tijd en wijle voor neppatiënt moet spelen voor mensen die een medische opleiding volgen. Zo onder het genot van een La Trappe is dat een leuk onderwerp.

Toch durf ik het niet aan een waardeoordeel over de voorstelling zelf uit te spreken, omdat ik door omstandigheden ruim een half uur te laat de zaal binnenstrompelde, en dus een heel stuk gemist heb. Ik ben echt op tijd vertrokken uit het ouderlijk huis, waar vaderdag werd gevierd met een heerlijke stapel pannenkoeken, en tot Eindhoven lag ik heerlijk op schema om ruim op tijd te komen, maar daar ging het mis. Ik heb maar liefst 2 mobiele telefoons met navigatiesoftware, maar als je die geen van beiden bij je hebt, ben je aangewezen op een printje van de ANWB routeplanner. Die heb ik dan ook ter harte genomen. Afrit 6 van de A50 pakken, en na 6,9 kilometer rechtsaf – dat is wat het papier aangaf, en wat ik deed. Afrit 6 pakken, en dan…… kom je niet terecht op de beloofde weg naar Ekkersrijt, maar op de snelweg, en zit je ineens op een heel ander punt dan je volgens het geprinte velletje papier zou moeten zijn.
Gelukkig schijnt Eindhoven goed bebord te zijn. Schijnt… ik heb slechts één keer een verkeersbord gezien dat de weg naar het Parktheater wees, en die leed naar… een straat die was versperd door een politiebusje met blauwe zwaailampen en een mannetje in gele jas die aankomend verkeer tegenhield. Bordje ‘Centrum’ volgen kon wel, maar dat leed tot een complete carnavalsoptocht van blije mensen en een autopolonaise waar ik in totaal meer dan een uur in vast heb gestaan. Er blijkt een volksverhuizing bezig van mensen die Guus Meeuwis op hebben zien treden in het PSV-stadion.
Achteraf blijkt dat ik, toen ik stapvoets door het centrum reed, vlák in de buurt van het gezochte theater was, maar door het ontbreken van deugdelijke bebording is me dat ontgaan. Tot mijn grote schaamte heb ik ouderwets de weg moeten vragen bij een snackbar…

Lang verhaal kort, ik was blij dat ik ondanks mijn late aankomst nog naar binnen mocht. Tenslotte heb ik toch zo’n 250 kilometers afgelegd om wat cultuur op te snuiven. Was ‘t de moeite waard? Ja.

Share

Safety first

Sunday, January 23rd, 2011

Niet alleen NCAP laat in het kader van de verkeersveiligheid auto’s op elkaar botsen. Het Insurance Institute for Highway Safety doet dat ook – al meer dan 50 jaar!

Ter gelegenheid van hun jubileum in 2009 hebben ze een mooi illustratief filmpje opgenomen om aan te tonen dat er sinds hun oprichting in 1959 het een en ander is gebeurd op het gebied van verkeersveiligheid.

Behoorlijk schokkend wat er gebeurt bij een relatief bescheiden gangetje van 64 kilometer per uur. En toch, ondanks de kreukelzone van voor tot achter, zou ik persoonlijk liever mijn leven riskeren in zo’n stijlvolle klassieker (bij voorkeur met een CNG-installatie) dan zo’n fantasieloze koets uit 2009 op de stoep te hebben staan.

Via Sylvana Knaap

Share

Dan baal ie…

Sunday, April 18th, 2010

Gisteren werd er getrouwd op Schiphol, maar in plaats van warm onder de palmen verblijft dat stelletje nu in het koude Amsterdam.

Ikzelf zou onder andere omstandigheden ongeveer op dit moment in de ontvangsthal mijn visite op staan te wachten, maar door de eruptie van de Eyjafjallajökull liep dat anders. Dat worden voor mij dus geen bezoekjes aan de Keukenhof en Hermitage de komende dagen.

Share

Parkeren wordt steeds duurder

Friday, February 12th, 2010

Da’s de conclusie van de Nationale Parkeertest 2010 en ook die van mijzelf.
Afgelopen woensdag kon ik er niet onderuit met de auto de binnenstad van Utrecht binnen te gaan. Wie het redt in dat gat de weg te vinden zonder per ongeluk een stoplicht over het hoofd te zien of op de busbaan danwel in tegengestelde richting in een eenrichtingsweg terechtkomt zou sowieso al in aanmerking moeten komen voor een lintje, maar dat terzijde. Ik kon redelijk makkelijk de plek waar ik in 2004 al een vette boete moest betalen wegens ‘foutparkeren‘ terugvinden.
De parkeertarieven nu liggen fors hoger dan toen, in 2004, toch heb ik weer braaf een parkeerticket gekocht. Nu voor een bedrag waarvan je mag verwachten dat ze je auto meteen even een sopje geven en inpakken in fluwelen kussentjes met een strikje erom. Echter, het tegendeel is waar. Er wordt service geleverd, als je op het Janskerkhof parkeert, maar een andere dan je zou verwachten. Iemand aldaar heeft de moeite genomen met een leeg bierflesje m’n achteruitkijkspiegel kapot te meppen, en daar ben ik die persoon allesbehalve dankbaar voor.

Share

Snelweg

Sunday, December 20th, 2009

Witte weg...
Zo snel ging het niet…

Share

Ja hoor…

Thursday, October 15th, 2009

Dit blijf ik elk jaar herhalen, maar ook deze keer was het vervelend; vanmorgen was de eerste keer deze herfst dat ik m’n autoruiten ijsvrij moest krabben.
Wanneer begint de lente?

Share

Mijlpaal

Sunday, February 22nd, 2009

Vanmorgen, exact om 6 uur prijkte dit op m’n dashboard… de magische grens van 10000 kilometer is gepasseerd.
10000 kilometer

Share

Geschraggel

Saturday, February 21st, 2009

Heerlijk joh… buiten ontdekken dat een blijerd op straat heeft geparkeerd, en daarmee drie parkeervakken blokkeert. Om half zes zaterdagochtend al halsbrekende toeren uit moeten voeren om zonder spiegeltjes, zijkantjes of zeecontainers te raken naar ‘t werk te kunnen is niet fijn.

Share