Naar Alabama

August 13th, 2017

13 augustus voelt als een mooie dag om aan de eclipstrip te beginnen. Ik heb een auto, en mijn Amerikaanse telefoonnummer is weer in de lucht. Dit had wat voeten in de aarde, want het mannetje van de AT&T-store kreeg het nieuwe SIM-kaartje voor m’n bestaande nummer niet aan de praat, en dacht dat dat aan mijn telefoon lag. Indirect was dat ook wel een beetje zo; m’n dual-SIM heeft twee IMEI-nummers, en AT&T koppelt nieuwe SIM-kaarten hard aan één IMEI. Mijn nano-SIM-kaartje bleek dus nét in het verkeerde slot te zitten. Eventjes het Nederlandse en het Amerikaanse SIM-kaartje van plaats laten wisselen is voldoende om de boel wél aan de gang te krijgen.

Voorafgaand aan de rit gooi ik de benzinetank van de auto bij. Zoals gebruikelijk moet er vooraf betaald worden voordat de benzinepomp wordt vrijgegeven om te tanken. De verkoopster ziet dat ik een shirt draag met een getekend varkentje erop en vraagt waarom het “always the girl pigs” zijn die worden opgegeten. Het enige dat ik daarop kan antwoorden is dat vlees van mannelijke varkens niet lekker ruikt omdat die een andere hormoonhuishouding hebben. Het enige juiste antwoord, maar volgens mij niet helemaal wat ze graag wou horen. De benzine blijkt een heel stuk goedkoper dan de laatste keer dat ik in de Verenigde Staten was. Toen had je voor veertig dollar de tank nog niet eens vol, maar nu ben je voor 25 dollar klaar.

Deze rit brengt me al snel naar de grens met Georgia, waar ik na enkele uren de snelweg verlaat en koers zet naar de stad Columbus. Daar aangekomen valt er een plensbui van jewelste die mij doet besluiten hier niets te ondernemen, maar meteen verder te rijden richting Huntsville. Columbus ligt direct op de grens van Georgia en Alabama, dus na het oversteken van de brug over grensrivier Chattahoochee rij ik Alabama binnen. Het is al donker en het regent, dus er is geen enkele reden “Sweet Home Alabama” te zingen. Er zijn geen blauwe luchten.

Na een tijdje arriveer ik in Opelika. Het is gestopt met regenen, dus is het misschien leuk hier wat rond te banjeren. De architectuur is leuk, en het gebied rondom het spoor is op een fijne manier gerevitalieerd met veel eettentjes en zelfs een microbrouwerij en een leuk parkje, maar het is voor het overgrote gedeelte uitgestorven. Eigenlijk zoals je dat verwacht op een zondagavond in Alabama. Na een verkwikkend rondje en de nodige foto’s ga ik dus verder. Richting Birmingham. Ergens jammer om dit in het donker te moeten rijden, want de bruine vereersborden, en de afbeeldingen op de navigatiecomputer, zijn veelbelovend. Veel bos, veel water, veel bulten. uiteindelijk hou ik het voor gezien, en besluit ik vandaag niet verder te rijden dan tot Sylacauga. Het is mooi geweest. Morgen verder.

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.