Johor Bahru

November 29th, 2012

Bliss Boutique probeert een soort designhotel te zijn; de buitenkant van het pand is geverfd neutraal zwart, met een soort friskleurige eivormen rondom de ramen geschilderd. De kamers zijn okee, al vind ik het papiertje die waarschuwt dat je niet moet gaan zitten op het schap dat als nachttafeltje dienstdoet wat ontsierend. Het is bekend dat mensen overal op gaan zitten, liggen, staan of kruipen, en het enige dat echt helpt is zorgen dat ieder gebruiksvoorwerp stevig genoeg is iemand te kunnen dragen.
Johor Bahru is geen stad waar toeristen komen. Het is veel meer een werkstad, en de belangrijkste tak van industrie is; Singapore. Alles is hier veel goedkoper, dus bedrijven uit Singapore bouwen hun fabrieken hier, en particulieren doen hier inkopen.
Gelukkig vind ik op Wikitravel een mooi overzicht van de lokale bezienswaardigheden. Nuttig, want Johor Bahru is een erg uitgestrekte stad zonder een echt centrum. Een centraal plein zul je tevergeefs zoeken. City Square is geen plein, maar een winkelcentrum. Winkelcentra te over, hier – en dat is handig, want een winkelcentrum betekent een bushalte, en ze zijn makkelijk te vinden :)
De dag begint dus met een wandelingetje naar het dichtstbijzijnde winkelcentrum; KSL. Natuurlijk loop ik even langs de winkels. Niets leert je meer over een land of gebied als een snuffeltochtje langs de middenstand. Wat me hier opvalt? Een voorliefde voor Koreaanse popmuziek en Japanse films.

Op op op op.. oppa gangnam style

De bus brengt me naar JB Sentral, het bus- en treinstation dat grenst aan het Sultan Iskandar Complex. Het meest centrale punt van de stad. Hier direct naast vind je ook het al eerder genoemde City Square, dat, ondanks de naam, het tegenovergestelde is van een stadsplein. Het is een gebouw van 36 verdiepingen, met winkels, hotels, een bioscoop, kantoren, apartementen en heel veel horeca. Je vindt hier alles, behalve een plein. Tenzij je de open ruimte op de benedenverdieping zo wilt noemen. Vanaf de winkelgalerijen kijk je uit over een levensgroot pastelkleurig gemberkoekhuisje, voorzien van de tekst “A Very Gingerbread Christmas” en ronddraaiende gemberkoekmannetjes.
Dan een wat vreemde fastfoodformule; Kenny Rogers blijkt hier niet bekend als zanger van een tenenkrommend fout duet met Dolly Parton, maar als naamgever van een grillrestaurant. Een franchiseformule die jammerlijk flopte in de Verenigde Staten, maar succesvol blijkt in Zuidoost-Azië.
Buiten vind je nog het oude station. Voor de rest is er ontzettend veel weggesloopt om het Sultan Iskander Complex te kunnen bouwen. Dat complex is een soort knooppunt dat toegang geeft tot de dam door de Straat Johore die als een soort navelstreng het Maleisische vasteland en Singapore verbindt. Alle verkeersstromen komen er samen. Hiervandaan zou je per taxi, bus of trein de oversteek naar Singapore kunnen maken, maar je kunt ook ergens anders naartoe. In mijn geval gaat de taxirit naar de Sultan Abu Bakar-moskee – een statig, hagelwit gebouw in een exotische cocktail van bouwstijlen, bovenop een heuvel met uitzicht over de Straat Johore en de skyline van Singapore. De moeite van een stop waard.
Hier direct naast bevindt zich de dierentuin. De oudste dierentuin van Zuidoost-Azië, en helaas ziet het er ook zo uit. Tuinvijvers met krokodillen, betonnen hokken met leeuwen, en allerhande beestjes in draadgazen kooien met een dak van asbest golfplaten. Dat laatste blijkt voor de dieren geen overbodige luxe, want regenen wil het hier best. Hozen is meer het woord. Voor een half uurtje is dat prima; een mooie aanleiding om een bordje miehoen met spiegelei te eten, maar daarna gaat het toch wel vervelen. Gelukkig verkopen ze hier ook paraplu’s.

Teruggaan naar JB Sentral blijkt lastig. Nu en dan rijdt er een bus voorbij, maar daar heb je weinig aan als in geen velden of wegen een halte te vinden is – en als je er al een zou vinden, is de straat eigenlijk te druk om veilig over te kunnen steken. Het voelt al niet prettig erlangs te lopen. Er is geen stoep, maar er zijn wel diepe regenplassen. Langs een drukke autoweg is dat een recipe for disaster.
Uiteindelijk lukt het toch een bushalte te vinden, juist door in de tegengestelde richting te lopen van de plek waar we eigenlijk naartoe willen – en een stief kwartiertje later stappen we weer centraal uit, een goeie twee straten van het Sultan Iskandar Complex verwijderd. Hiervandaan gaan we te voet naar de Hindoetempel Sri Raja Mariamman en het Bangunan Sultan Ibrahim – helaas te laat op de dag om deze gebouwen ook daadwerkelijk te bezoeken, maar zo in het schemerlicht heeft de architectuur iets heel prookjesachtigs.
Ook de naastgelegen Indische wijk heeft wel wat in de schemer. Ik besef ineens dat ik wel heel erg veel meer heb betaald door mijn CD’s met hedendaagse Tamilmuziek in Little India te kopen, en niet hier… anderen weten het ook. Een Indisch stel laadt de kofferbak van hun auto vol kruidenierswaren. Bijna elke week doen ze hier inkopen, en naar het schijnt is de grensovergang helemaal niet zo vervelend als je de beschikking hebt over een auto. Toch zie ik er nog steeds tegenop straks terug te moeten naar Singapore.

Share

Leave a Reply