Hier kan ik slecht tegen

July 1st, 2009

De beste manier om een argument te winnen is gelijk hebben. Creatief omgaan met feiten of zaken die je minder aanstaan verzwijgen kan op de korte termijn aandacht opleveren, maar is op de lange termijn niet vol te houden.
Zo’n drie weken geleden had Varkens in Nood weer een mediaoffensief. Ze presenteerde cijfers over voortijdige sterfte van consumptievarkens, volledig openbare statistieken die ieder jaar gepubliceerd worden, als zijnde ‘schokkende onthullingen’ en wat al niet meer. Inderdaad; het blijkt dat er wel eens een varken op een andere manier aan zijn einde komt dan ondersteboven aan een ketting, met doorgesneden luchtpijp en halsslagader. Een dag later volgde een pijnlijk filmpje van een big die, jammerlijk genoeg, levend in een kadaverton terecht is gekomen. Snakkend naar adem lag het beestje in een plastic bak temidden van dode soortgenoten. Dramatische aanblik, en ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat het zielig is. Sterker nog, mijn maag draaide om toen ik het zag.
Mijn maag stopte echter niet met draaien toen ik zag wat voor draai Varkens in Nood aan haar berichtgeving gaf. Niet alleen suggestief, maar platweg banaal. De sterfte op zich wordt omschreven als “een direct gevolg van de wijze waarop in Nederland wordt omgegaan met productiedieren” en het filmpje van de levende big in een ton ontbindende soortgenoten vormt het bewijs “dat sommige varkensboeren levende dieren ter destructie aanbieden.” Dat wekt min of meer de suggestie dat dieren onder erbarmelijke omstandigheden moeten vechten voor hun leven en met wat pech zelfs doelbewust levend in de loeihete Rijnmondse afvalverbrandingsoven worden geworpen. Alsof het gaat om iets dat structureel voorkomt. Vreemd, want gewoon toegeven dat het een incident betreft, het gevolg van een ongelukkige inschattingsfout waarbij een bewusteloze big voor dood is aangezien. Niet goed te praten, maar wel te verklaren.
Door op deze manier naar voren te treden zet Varkens in Nood haar geloofwaardigheid op het spel. Niet alleen door een incident op te blazen tot een vermeend structureel probleem, maar ook door dat gegoochel met cijfers. Veel kranten hebben het persbericht van Varkens in Nood over de “massale sterfte van varkens op de boerderij” haast letterlijk overgenomen. Voor zover ik weet is Trouw de enige krant die later, in een opiniestukje van de hoofdredacteur, met “een beetje het schaamrood op de kaken” wat afstand heeft genomen van het betreffende bericht.
Nu, weken later, kauwt een andere organisatie, Wakker Dier, de cijfers nog een keer uit en dient ze in haar nieuwsbrief opnieuw op.
Een briefschrijver stelt de, best legitieme, vraag “Ik las in de krant dat er een levend biggetje is gevonden in een kadaverton. Hoe kan zoiets gebeuren?” en krijgt daarop een tenenkrommend suggestief antwoord dat eindigt met “Wil je iets doen tegen deze wantoestanden? Koop dan biologisch vlees.”
Hoe zat het ook alweer met die sterftecijfers? In de gangbare varkenshouderij sterft zo’n 13 procent voortijdig, in de biologische veehouderij ligt dat op 20 procent. Ik ben geen rekenwonder, maar op basis van deze cijfers ben ik geneigd te zeggen dat het antwoord op de vraag van de briefschrijver een opvatting is die niet te onderbouwen is met feiten. Integendeel. Jammer, want ik heb het idee dat een dergelijke organisatie ook best een statement kan maken zonder daarbij de waarheid geweld aan te doen. Hun filmpje waarin op een ludieke en pikante manier duidelijk wordt gemaakt dat zij het onethisch vinden levende vissen open te snijden en te ontdoen van hun organen vind ik bijvoorbeeld best geslaagd.

Mijn advies? Als je ‘t zielig vindt dat diertjes worden doodgemaakt voor vlees of bont, eet of draag het dan niet. Als je wel zo nu en dan een hamburgertje wilt eten of het overdreven vindt een complete bedrijfstak zomaar te verbieden, ga daar dan vooral mee door. Luister naar anderen, maar blijf zelf denken. Die grijze dingetjes in je hoofd zitten er niet voor niks.

Share

One Response to “Hier kan ik slecht tegen”

  1. Leon Varitimos Says:

    In uw blogbericht kaart u twee verschillende onderwerpen aan; de vroegtijdige sterfte van varkens op de boerderij en de vondst van een nog levend big in een kadaverton. Dat het bij deze lugubere vondst om een incident gaat, is te betwijfelen. Een insider van kadaverdestructiedienst Rendac heeft aan ons bevestigd dat de dienst regelmatig nog levende dieren aantreft die ter destructie worden aangeboden. Dat dit onacceptabel is, erkent ook minister Verburg van LNV, die Rendac heeft gevraagd om extra alert te zijn op dit soort misstanden.

    Ons standpunt dat de hoge sterfte van biggen een direct resultaat is van de wijze waarop met productiedieren wordt omgegaan, kun je niet afdoen als banaal. Elk jaar neemt de worpgrootte van zeugen in de Nederlandse vee-industrie toe. Zeugen werpen momenteel wel 27 tot 32 biggen per jaar. Die steeds oplopende worpgrootte gaat gepaard met een percentueel steeds hoger uitval van biggen.

    Onze berekeningen zijn gebaseerd op gegevens van een derde van het totale aantal zeugen in Nederland. Het ministerie van LNV heeft onze berekeningen onlangs overgedaan en komt tot dezelfde conclusies: de biggensterfte neemt toe en is hoog. Minister Verburg heeft de sector aangesproken op dit probleem.

    Inderdaad kampt ook de biologische varkenshouderij met een hoge biggensterfte. Biologische varkenshouders maken momenteel gebruikt van dezelfde doorgefokte zeugen als die in de intensieve veehouderij. Aan fokbedrijf Topigs is inmiddels gevraagd om speciaal voor de biologische veehouderij zeugen te fokken die minder biggen werpen.

    Het is overigens geenszins onze bedoeling om varkenshouders af te schilderen als dierenbeulen. Wij zijn ons er terdege van bewust dat veel varkenshouders het moeilijk hebben en nauwelijks nog iets verdienen aan een afgemest varken. Investeren in het welzijn van dieren heeft geen hoge prioriteit. Het is dan ook van groot belang dat supermarkten en consumenten een eerlijke prijs gaan betalen voor vlees. Zolang vlees voor dumpprijzen wordt verkocht, trekt zowel de boer als het dier aan het kortste eind.

Leave a Reply