Sentosa

December 2nd, 2012

De Singaporese metro blijft een zegening. De losse kaartjes zijn veranderd. De machine geeft geen plastic pasje meer die na de rit wordt ingeslikt door een automaat die je statiegeld teruggeeft, maar komt met een papieren kaartje met daarin een RFIC-chip die meerdere keren te bruiken is. Na een aantal ritten krijg je wat korting, en als het kaartje opgebruikt is bied je ‘m ter recycling aan.
Vandaag moet ik wederom overstappen op het metrostation waar ik gisteren ook al tweemaal overstapte; Outram Park. Dan, na overstap op de paarse lijn, een lang stuk spoor zonder tussenstations totdat deze aankomt op z’n eindstation. Harbourfront. Stiekem was ik daar op 5 november, tijdens mijn dwaaltocht per metro, al eventjes geweest, maar toen ben ik bewust het eiland Sentosa nog niet bezocht – al jeukte het toen een beetje om daar naar Universal Studios te gaan. Dat zijn de dingen waar Sentosa bekend om staat. Strand, hotels, vertier… dat is niet altijd zo geweest. Pas in de jaren 70 werd het eiland hernoemd tot het vredige Sentosa, daarvoor had het een naam die zich laat vertalen tot doodseiland. Als je je bedenkt wat zich hier zoal heeft afgespeeld is dat nog niet eens zo’n hele gekke naam.
Tegenwoordig is het dus echter een soort feesteiland. Je kunt erheen via een brug, een kabelbaan, of met de monorail. De laatste sluit direct aan op de metrolijn. Hoewel… het station van de monorail bevindt zich op de bovenverdieping van winkelcentrum VivoCity, en het metrostation zit in de kelder. Volg gewoon de stroom mensen of de bordjes, koop een kaartje voor de monorail, en een paar minuten later stap je uit op 1 van de monorailstations aan de overkant van het water.
Het eiland zelf is een grote kermis. Vanaf het moment dat je uitstapt word je overladen met een stortvloed aan prikkels. Levensgrote Playmobil-poppetjes staan naast de gestyleerde die de naam van het eiland uitspellen. Alles draait om commercie, en om eten.

Sentosa

De KFC maakt meer dan duidelijk dat het niet op prijs wordt gesteld als je zelf een broodtrommeltje meeneemt, en het opeten van huisdieren mag ook al niet… er hangt een bordje waarop “No Pets & Other Food Allowed” staat te lezen.
Als je er toch bent, is het haast een morele plicht naar de replica van het standbeeld van de Merlion. Deze is meer dan vier keer zo groot als het originele standbeeld in de haven, en is ook nog eens hol van binnen. Je kunt er naar binnen, en er is zelfs een lift! Na het kopen van een entreekaartje krijg je eerst een film en een expositie te zien over Singapore en de legende van deze zeemeerleeuw, en daarna kun je naar boven, naar het uitzichtpunt in de leeuwenbek.
Hiervandaan kijk je uit over de entree van Sentosa, met een promenade vol winkels en hotels, en verder is de skyline van het vasteland van Singapore te zien, en de havenkranen op Brani Island. Ook is de kabelbaan naar Mount Faber te zien, en een stukje tropisch regenwoud. Helaas is het uitzichtpunt bovenop de kop van het beeld gesloten omdat onweer dreigt, dus voorlopig zal ik het even met dit uitzicht moeten doen.
Hierna bezoeken we Siloso Beach. Nu een vredige stuk stand met geel zand en kokospalmen. Het is haast niet voor te stellen dat dit in de Tweede Werldoorlog een Japanse executieplaats was. Het stuk regenwoud dat ik zonet kon zien vanuit de bek van de zeemeerleeuw is ook te bezoeken. Er is een natuurwandeling over een knuppelpad tussen de bebossing.
Het eilandje is niet zo groot, en alles is uitstekend te belopen, maar toch rijden er gratis bussen van de ene attractie naar de andere.
Inmiddels is de lucht opgeklaard, dus is het nu wel mogelijk naar de kop van de Merlion te gaan. De jongen bij de ingang herkent ons nog, dus eigenlijk hoeven we het kaartje haast niet meer te laten zien. Desgevraagd leidt hij ons zelfs via een dienstdeur naar de lift, zonder dat we via de filmzaal of expositieruimte hoeven. Meteen naar de bovenste verdieping en het fenomenale uitzicht dat daar wacht. Niet alleen de skyline van de stad is nu zichtbaar, maar ook, letterlijk, de andere kant van Singapore. Singapore is tenslotte meer dan een miljoenenstad op een eiland. Het is ook de op één na grootste haven van de wereld. Alleen Sjanghai is groter. Ook Rotterdam heeft nog altijd een plekje in de top 10 van grote wereldhavens.
Vanaf de kop van de Merlion zie ik vele tientallen schepen die ogenschijnlijk rustig liggen te wachten, en nog verder weg zie je en flink aantal piepkleine eilandjes, volgebouwd met zware industrie. In de verte wordt de grauwige lucht verlicht door een metershoge fakkel. Daar zal wel een olieraffinaderij staan.

Een fakkel aan de horizon

Dan is het etenstijd. Is het nog een verrassing dat we terechtkomen bij het derde filiaal van Hard Rock Café dat Singapore rijk is, en huiswaarts keren met een goed gevulde doggybag?
Na me nog eventjes te vergapen aan de fontein bij de ingang van het Marine Life Park, waar filmbeelden geprojecteerd worden op de in patronen vernozzlede waterstralen, is het alweer een mooie tijd om de monorail terug naar metrostation Harbourfront te nemen, en daarvandaan de metro naar Chinatown. Het is de laatste avond, dus hét moment om op de valreep nog wat souvenirs aan te schaffen. De leukste wordt gemaakt op bestelling. Een kereltje schildert mijn naam in Chinese tekens op een stuk papier dat vervolgens wordt ingelijst. Dat schilderijtje krijgt thuis een ereplaats.

Mijn naam op een schilderijtje

Share

Leave a Reply