Fifteen minutes of shame

March 19th, 2004

N.B. Deze post is van het oude systeem, ik sta vanwege die reden niet garant voor het kloppen van werkende en goed gevormde plaatjes, links (intern en extern) en andere van dat soort zaken

Even stoom afblazen. Donderdagmiddag liep ik door Doetinchem. Telefoon van CNV Jongeren. Het AD wou graag een telefonisch interview met een werkloze jongere, en daar vonden ze mij geschikt voor.
Daar had ik geen probleem mee, dus even later volgde een tweede telefoontje en een best wel lang interview. Ik kreeg een beetje het idee dat de journaliste een eigen draai aan het verhaal gaf. Toen ik meldde dat ik een tijdje vuilnis had opgehaald en ook als schoonmaker werkzaam ben geweest, bleek ze dat te interpreteren als ‘werk zat, je moet alleen willen’.
Er zullen best mensen zijn die zich te goed voelen om een bepaald klusje op te knappen, maar daar wil ik niet meteen conclusies aan verbinden.

Het interview eindigde met de vraag waar ik was, want ze wou graag een portretje bij het verhaal.
Die avond had ik een vergadering in Utrecht. Eerder die kant opgaan en daar ergens een foto maken leek de beste optie.

In de trein kreeg ik weer een telefoontje; BNN wou ook een interview. Alleen daarvoor moest ik naar Hilversum komen, en het zou tot na tienen duren. De enige manier om dat te doen was afmelden voor de vergadering, de trein naar Doetinchem weer te pakken en met de auto naar Hilversum te rijden.
Niet de meest plezierige optie, en ik vroeg me ook wel een beetje af of ze geen andere mensen konden vinden die het een tijdje zonder werk moeten doen en daar wat over zouden kunnen vertellen.
In de trein terug naar Doetinchem volgde weer een telefoontje. Een redactielid van BNN kwam met de melding dat het toch een telefonisch interview zou gaan worden. Ik gaf hem weinig kans; mijn accu begon behoorlijk leeg te lopen.
We spraken af dat ik naar Didam zou rijden om de telfoon van m’n broertje te lenen. Ik hoefde dat nummer nog niet door te geven; vlak voor de uitzending zou ik gebeld worden, en het nieuwe nummer te vragen.
Het was inmiddels spitsuur, en dat is niet de meest prettige tijd om van Doetinchem naar Didam te rijden. Toch is het gelukt m’n broertje z’n telefoon afhandig te maken. Kon ik alsnog gewoon naar de vergadering.

De rest van de tijd bleeft het stil. Toen om zeven uur de vergadering begon had ik nog niks gehoord van de fotograaf.
Zo tegen achten begon de hele boel ineens irritant hectisch te worden; eerst een SMS’je waarin me succes werd toegewenst, en kort daarna belde de fotograaf. Hij stond in de file, en was begonnen zich gigantisch op te naaien, want zijn deadline lag op negen uur. Halverwege dit gesprek kapte m’n accu ermee.
Met de telefoon van m’n broertje belde ik terug, om door te geven dat ik op een ander nummer nog steeds bereikbaar was.
Als ik een nummer van BNN had gehad zou ik hen ook bellen.
Niet veel later ging de telefoon alweer. De werkgever van m’n broertje wou m’n broer graag spreken. Helaas hing die meteen op nadat ik het huistelefoonnummer door had gegeven, anders had m’n broertje uit kunnen vissen hoe ie de redactie van BNN United een telefoonnummer door kon geven.

Vlak voor negenen staat de fotograaf voor de deur. Hij blijkt pas om een uur of zeven gebeld te zijn met de vraag naar Utrecht te komen om wat portretfoto’s te schieten. Lastig; nu moet ik iemand binnenlaten in een gebouw waar ik niks te vertellen heb. Heel vervelend.

Uiteindelijk lijkt alles goed te komen; de foto’s zien er netjes uit, en er is zelf nog tijd over ze te versturen.
Probleem is dat de telefoon telefoon van de fotograaf geen enkel teken van leven meer geeft. Hij gaat terug naar buiten om een andere telefoon die op z’n laptopje past uit z’n auto op te vissen.
Met die andere telefoon lukt het uiteindelijk verbinding te krijgen met de PC aan de andere kant van de lijn, maar al vrij snel begint de reservetelefoon van de fotograaf zielig te piepen. Weer iemand die last heeft van een lege accu.
Wonder boven wonder lukt het de verbinding lang genoeg open te houden om de foto te versturen.
Met een derde telefoon wordt de redactie van het AD gebeld, en alles blijkt in orde te zijn. Het is zelfs geen probleem dat het al zeven over negen is.

De fotograaf belooft morgen een nieuwe accu aan te schaffen, en begint z’n boeltje weer in te pakken.
Nu wordt het voor mij toch echt hoog tijd iets aan dat BNN-gebeuren te doen. Ik bel een tigtal lui na die iets zouden kunnen weten, en uiteindelijk lukt het een BNN-medewerker aan de lijn te krijgen.
Pas na tienen, in te trein op weg naar Arnhem, word ik teruggebeld. Naar het schijnt hebben ze me een paar keer geprobeerd te bellen, en het item toen maar zonder mij behandeld. Prima, maar ik krijg het ongemakkelijke gevoel dat ik een afspraak niet ben nagekomen.

Uiteindelijk heeft deze middag en avond me weinig opgeleverd; van de vergadering heb ik weinig meegekregen, het foto’s maken verliep ietwat chaotisch en het radio-interview werd zelfs helemaal niks. Dat allemaal terwijl er thuis ook nog het een en ander ligt te wachten wat deze vrijdag echt klaar moet zijn.
Achteraf gezien misschien praktischer als ik dat was gaan doen, en ook die andere zaken thuis af te handelen. Je kunt beter niet naar een vergadering dan half.

Oh ja.. ik heb vandaag een VIP gespot. Bert Heerink stond op het station van Doetinchem, maar meen je dat dat indruk maakt?
Niet echt. Wel weet ik weer waarom ik zo de schurft heb aan lui die in de trein bellen of hun telefoon aan laten staan tijdens een vergadering. Je kunt wel weglopen als dat ding in je broek begint te trillen, maar ook dat is irritant. Zeker als je zelf die irritanteling bent.

Share

Leave a Reply